BELGIAN CAMPAIGN FOR AN ACADEMIC AND CULTURAL BOYCOTT OF ISRAEL (BACBI)
 

 
 


Oproep voor de academische boycot van Israël.

Update: 2 april 2017.

1. Onderdrukking en geweld. Dit jaar zal het onbillijke VN-verdelingsplan voor Palestina 70 jaar oud zijn (in 1948 werd het gevolgd door de Nakba of Catastrofe). De militaire bezetting, vervolgens, van de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Gaza Strook en de Golanhoogten zal, ook dit jaar, een halve eeuw oud zijn. Zoveel jaren later blijft het Palestijnse volk nog altijd verstoken van zijn grondrecht op een bestaan in waardigheid en vrijheid. De repressie door de Israëlische ordestrijdkrachten gaat dagelijks gepaard met schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten. Kinderen in het bijzonder zijn slachtoffer van Israëlisch geweld. Sedert 2014 wordt al maar meer met scherp op hen geschoten; in 2016 werden 35 kinderen door Israëlische soldaten, politie en gewapende kolonisten gedood. Het was daarmee voor kinderen het meest dodelijke jaar van het voorbije decennium. Nog in 2016 zaten ruim 7.000 Palestijnen, waaronder 400 kinderen, opgesloten in Israëlische gevangenissen en waren er het slachtoffer van zware mishandeling en foltering. En nog altijd in 2016 gingen landroof en afbraak van woningen in versneld tempo door: sedert 2009 bereikte het aantal slopingen - in de West Bank en Oost-Jeruzalem, maar ook in Israël zelf - een recordhoogte. Aan de gewelddadige etnische zuivering, kolonisering en uitbreiding van nederzettingen komt er geen einde, wel integendeel: met het uitblijven van internationale sancties gaan de Israëlische politici al maar driester te werk.

Elke nacht worden er volwassenen en kinderen geterroriseerd door gemaskerde soldaten of agenten die hun huis binnenstormen, de huisraad kort en klein slaan en mannen en/of kinderen onder groot geweld ontvoeren naar een onbekende bestemming. Overdag, moeten ze urenlange aanschuiven aan de honderden checkpoints zich de willekeur, racistische vernederingen en (soms dodelijke) geweldplegingen van gewapende soldaten en grenspolitie laten welgevallen. In de Gazastrook, bijna 3 jaar na de (voorlopig) laatste moorddadige invasie, overleven de bijna 2 miljoen inwoners (in meerderheid vluchtelingen) ternauwernood onder een barbaarse, middeleeuwse blokkade die haar tiende jaar ingaat. Voeg de verwoestingen van huizen en infrastructuur (elektriciteit, drinkbaar water, klinieken, scholen...), de onmenselijke leefomstandigheden (niet in de laatste plaats voor kinderen) en de terugkerende militaire agressies samen, en je hebt een beeld van hallucinante uitzichtloosheid. Die situatie is geen natuurramp maar is "man-made", d.i. het bedoelde resultaat van een jarenlange Israëlische politiek. De hypothese daarom dat we te maken hebben met een politiek van geleidelijke genocide, wint al maar aan overtuigingskracht. De vluchtelingen en hun nakomelingen, tenslotte, kwijnen al decennia weg in de kampen verspreid over de Bezette Gebieden en de omringende landen. De oorlog in Syrië heeft de rampzalige situatie van enkele honderdduizenden nog extra verergerd; een terugkeer naar Palestina wordt hen op racistische grondslag door Israël geweigerd.

2. Apartheid en onteigening. De aanhoudende onderdrukking van het Palestijnse volk behelst méér dan een militaire bezetting. De academische auteurs van een recent, geruchtmakend VN rapport [1] komen op basis van hun onderzoek en analyse tot de conclusie "that available evidence establishes beyond a reasonable doubt that Israel is guilty of policies and practices that constitute the crime of apartheid as legally defined in instruments of international law". Het rapport, inderdaad, brengt een gedetailleerde analyse van de Israëlische wetgeving, beleidsmaatregelen en praktijken die het Israël mogelijk maken een apartheidregime te voeren dat "dominates the Palestinian people as a whole, d.w.z. met inbegrip van de Israëlische Palestijnen en de miljoenen vluchtelingen. Het internationaalrechtelijk verbod op apartheid is een "ius cogens". Dat betekent dat "the United Nations and its agencies, and all Member States, have a legal obligation to act within their capabilities to prevent and punish instances of apartheid that are responsibly brought to their attention". Tegelijkertijd geldt ook voor burgers en civiele organisaties een morele verplichting: "civil society institutions and individuals also have a moral duty to use the instruments at their disposal" (p.53 van het rapport). BDS is daar één van: "Efforts should be made to broaden support for boycott, divestment and sanctions initiatives among civil society actors" (p.56).

Tegelijk met raciale segregatie en geïnstitutionaliseerde raciale discriminatie, worden de Palestijnen ook geconfronteerd sedert 1948 met een gecoördineerde politiek van door de Staat georganiseerde onteigening van Palestina: onteigening van haar territorium, haar natuurlijke en materiële hulpbronnen en economie, vernietiging van haar stedelijk en landschappelijk patrimonium, uitwissen van haar geschiedenis, haar cultuur en haar identiteit. Wat beoogt wordt, is een complete aantasting van het maatschappelijke en politieke weefsel: de Israëlische socioloog, Baruch Kimmerling, duidde het als een “politicide”. De etnische zuivering gaat vandaag onverminderd verder. De overgebleven Palestijnen, zo luidt het cynisch, moeten zich leren schikken naar een “leven als honden” (zo reeds Moshe Dayan in 1967), zonder waardigheid en opgesloten in reservaten of "Bantoestans". De gelijkenissen met Zuid-Afrika zijn inderdaad treffend: ook daar volgden "the architects of apartheid... a strategy of so-called “grand apartheid” to secure white supremacy in the long term through the country’s geographic partition into white areas (most of the country) and disarticulated black areas" (het UN-ESCWA Rapport, p.46).

3. De Israëlische academia. De Israëlische universiteiten en onderzoeksinstellingen vormen een institutionele pijler van een gemilitariseerde maatschappij op voet van oorlog. Zij helpen de onderdrukking en apartheid van de inheemse bevolking ideologisch en wetenschappelijk legitimeren en faciliteren. Het leger (IDF) onderhoudt een organische band met de universiteiten en is vaak fysiek aanwezig op de campussen. Vele professoren zijn hogere (reserve)-officieren en universiteiten bieden speciale programma’s aan voor leger- en veiligheidspersoneel; de grote universiteiten geven ook onderdak aan semi-militaire studiecentra in dienst van Israëls "nationale veiligheid" (Tel Aviv, Bar Ilan, Haïfa...)..

Op het technologische vlak wordt in samenwerking met leger en wapenindustrie bijgedragen aan de ontwikkeling van high-tech wapensystemen (bv. gevechtsdrones). Het "Technion", bovenal, werkt zeer nauw samen met de vier grootste wapenbedrijven van Israël en draagt actief bij aan de ontwikkeling van "high-tech" wapensystemen. Het biedt ook een speciale opleiding aan voor wapenhandelaars-in-opleiding. Israëlische wapenhandelaars genieten hoe dan ook een belangrijk voordeel op hun internationale concurrenten: hun producten worden gepromoot als “combat-tested”, namelijk in de Bezette Gebieden als hun "laboratorium" en met de bijna 5 miljoen Palestijnen als “lab-rats”. Hetzelfde kan mutatis mutandis gezegd worden van de Israëlische veiligheidsindustrie. Dankzij de samenwerking tussen de universiteiten, de technologiesector, de militaire inlichtingendiensten en de "homeland security" bedrijven en met de "expertise" verworven in de onderdrukking van de Palestijnen positioneert Israël zich als een mondiale marktleider inzake veiligheidssystemen. De "zonden van Israël" - de bezetting etc. - zijn dus "good for business".

4. Academische medeplichtigheid. Het strategische belang, voor Israël, van wetenschap en technologie verklaart waarom de academische boycot zoveel meer weerstand oproept vanwege de Israëlische overheid en haar buitenlandse lobby’s, dan de economische. Hij helpt de ideologische infrastructuur bloot te leggen van de koloniale en koloniserende staat. Wetenschappelijke en high-tech realisaties, samen met artistieke, vormen bovendien een essentieel bestanddeel van de “Brand Israel” campagne. Zij werd in 2005 gelanceerd om Israël voor een westers publiek aantrekkelijk te maken als een "normaal", westers, democratisch en “hip” land. Zij draagt er in belangrijke mate toe bij de onderdrukking van de inheemse bevolking te verdoezelen.

Geen enkele Israëlische universiteit of faculteit heeft ooit publiekelijk afstand genomen van, verre van geprotesteerd tegen de bezettingspolitiek of de Gazaoorlogen. Integendeel: ze hebben die invasies toegejuicht en de student-soldaten die eraan deelnamen, extra beloond. Evenmin heeft er ook maar één solidariteit betuigd met de gediscrimineerde Palestijnse collega’s en studenten. Wel hebben een aantal individuele academici de politiek van hun land publiekelijk gecontesteerd, sommigen hebben zich aangesloten bij de boycotcampagne ("Boycott from Within"), maar hun aantal is heel klein : hoogstens enkele honderden op een totaal van bijna 9.000. Vandaag zijn zij zo goed als monddood gemaakt zo al niet gebroodroofd, na georkestreerde haatcampagnes (o.m. door "NGO Monitor", opgericht aan de Bar-Ilan University, and Im Tirzu) en repressieve regeringsmaatregelen. Met de boycot willen we ook hen een hart onder de riem steken in hun verzet.

5. "Waarom Israël?" Israël is een wereldmacht die oorlog voert tegen een burgerbevolking. Noch vanuit militair noch vanuit juridisch noch vanuit ethisch noch vanuit moreel oogpunt valt een aanvaardbare reden te bedenken waarom alleen déze staat zich niet zou hoeven te schikken naar het internationaal recht en de fundamentele ethische en juridische regels ervan. Aan Israëls positie van "uitzonderlijkheid" en straffeloosheid moet een einde komen. Volgens het internationaal recht hebben derde landen de verplichting erover te waken dat de voorschriften ervan ook door Israël geëerbiedigd worden. Resolutie 2334 van de VN Veiligheidsraad van 23 december 2016 met haar veroordeling van Israëls koloniseringspolitiek was een belangrijk signaal maar noch maatregelen voor de toepassing ervan noch sancties in geval van weigering werden erin opgenomen. Zij kon daarom door de Israëlische politieke wereld "vertikaal geklasseerd" worden.

Met religieus en ultranationalistisch uiterstrechts aan de macht in Israël en een samenleving die “extreem gehersenspoeld is en steeds nationalistischer, religieuser, extreemrechtser en zelfs racistischer wordt” (Gideon Levy), is er geen hoop op een verandering van politiek van binnenuit. Alleen externe, internationale druk zal een omslag kunnen teweeg brengen; zij moet de Israëlische publieke opinie duidelijk maken dat apartheid en onderdrukking niét "normaal" zijn. In afwachting van internationale sancties, ligt de Palestijnse hoop op rechtvaardigheid en het herstel van hun menselijke waardigheid bij de BDS-campagne (Boycott Divestment, Sanctions) die in 2005 gelanceerd is door het Palestijnse middenveld. Zij dient een even belangrijke rol te spelen als in het geval van Zuid-Afrika waar de internationale boycot ertoe bijdroeg een einde te stellen aan de Apartheid aldaar. Geen wonder, daarom, dat het ESCWA-rapport als aanbeveling opneemt: "National governments should support boycott, divestment and sanctions activities and respond positively to calls for such initiatives". En: "Efforts should be made to broaden support for boycott, divestment and sanctions initiatives among civil society actors" (p. 56). Het transnationale activisme van de civiele samenleving moet ertoe bijdragen "(to) exert pressure on Israel to dismantle apartheid structures and negotiate in good faith for a lasting peace that acknowledges the rights of Palestinians under international law and makes it possible for the two peoples to live together on the basis of real equality" (p. 53).

6. Het Palestijnse recht op onderwijs. Een belangrijk slachtoffer van Israëls koloniale politiek is het recht van de Palestijnen, in het bijzonder van de jongeren, op toekomstgericht onderwijs en onderzoek. In boycotdiscussies wordt vaak en graag met de vlag gezwaaid van de “academische vrijheid”, maar dat gebeurt zelden of nooit vanuit het perspectief van de Palestijnse professoren en studenten. Hùn academische vrijheid wordt nochtans dagelijks met voeten getreden; hùn recht op bewegingsvrijheid en wetenschappelijke samenwerking (binnen- en buitenlands) wordt steeds verder beknot zo al niet gesaboteerd. Bij protesten riskeren docenten en studenten gemolesteerd, opgepakt en opgesloten te worden, of erger: vorig jaar, aldus een rapport, resulteerden "the occupation’s violations (...) in the death of 26 students and one teacher, as well as the wounding of 1,810 students and 101 teachers and administrators, noting that 198 students, teachers and employees were arrested from the West Bank" (2). Campussen worden geregeld door zwaarbewapende soldaten bestormd en hun infrastructuur, bibliotheken, archieven enz. moedwillig vernield. De Al Quds, Kadoorie en Birzeit universiteiten waren in 2016 verscheidene keren het slachtoffer van dit soort van kwaadaardig hooliganisme vanwege het bezettingsleger.

7. De BDS campagne. De internationale BDS (Boycott Desinvestment Sanctions) campagne is vandaag de meest effectieve, moreel consistente en geconcerteerde vorm van solidariteit met het Palestijnse volk. Een vergelijkbaar vreedzaam en democratisch alternatief biedt zich op dit ogenblik niet aan: de zo geroemde "dialoog" en "engagement" met Israël van de voorbije decennia (bv. door de EU) hebben niets opgeleverd en hadden geen enkele positieve impact op het terrein. Obstinaat vasthouden aan een strategie waarvan het failliet meer dan ooit bewezen is, komt neer op Einsteins idee over waanzin: volharden hetzelfde te doen en toch andere resultaten verwachten. De internationale boycotcampagne is een rechtencampagne: ze is gericht op het doen respecteren door Israël van de internationaal erkende mensenrechten; ze beoogt noch de vernietiging noch het bankroet van de Israëlische Staat. Zij is evenmin gericht tegen personen maar tegen de reeds 70 jaar (!) aangehouden koloniale en racistische politiek van onderdrukking en de instellingen die haar ondersteunen en bestendigen. De boycot is ook niet principieel maar tactisch, is geen doel maar een middel: hij stopt zodra recht is gedaan aan de legitieme verzuchtigen van het Palestijnse volk.

BDS en de solidariteit met Palestina vinden vandaag gehoor op alle kontinenten en in veruit de meeste landen van de EU. Het groeiende succes ervan kan ironisch genoeg worden afgeleid uit het masale tegenoffensief vanwege de Israëlische regering (er is een speciale minister voor aangesteld) en haar onvoorwaardelijke verdedigers in de rest van de wereld (bovenal in de VS, waar de anti-boycotcampagne zwaar gefinancierd wordt door miljardairs). Er worden ook geregeld anti-BDS conferenties gehouden, in Israël en in de VS (onlangs nog de "2nd annual Ambassadors Against BDS Conference" door "Israel’s Mission to the UN"). In tal van landen, ook, wordt politiek gelobbyd om een wettelijk verbod te doen instellen op het campagne-voeren voor BDS (is het geval in Frankrijk en een 20-tal staten in de VS). Een veelgebruikt drogargument daarbij is de vereenzelviging van Israëlkritiek en antisemitisme (3). Op Europees niveau, gelukkig, is door Federica Mogherini (vice-voorzitter van de EC) bevestigd dat BDS-activisme behoort tot de vrijheid van meninguiting (ook bevestigd door onder meer de Nederlandse en Ierse regeringen).

8. De academische boycot. Binnen BDS neemt de academische en culturele boycot een bijzondere plaats in. Ook hier stamt de oproep uit het Palestijnse middenveld. Het Palestijnse PACBI (Palestinian Academic and Cultural Boycott of Israel) is er de stuwende kracht van en het vindt in steeds meer universiteiten in de wereld gehoor, zowel bij academici als bij studenten. De academische boycotcampagne richt zich op Israëls universitaire instellingen wegens hun verregaande collusie met het apartheidsregime en de misdaden tegen het internationaal recht en de mensenrechten. Ook hier is de boycot geen doel op zich maar een middel. Hij is een tijdelijke taktiek erop gericht een einde te stellen aan Israël's beleid van discriminatie en vervolging, in het bijzonder op het gebied van onderwijs en onderzoek. Tegelijkertijd verbindt de campagne zich tot ondersteuning van de Palestijnse collega’s en studenten. Dankzij hun veelgeprezen “soemoed” of standvastigheid, gelukkiglijk, slagen de Palestijnen erin, waar ze zich ook bevinden, stand te houden als samenleving. Ze rekenen echter op onze solidariteit. Laten we hen niet in de steek laten.

Het Belgische BACBI kreeg reeds de steun van 489 intellectuelen en collega’s uit alle Belgische universiteiten. Zoals in de Beginselverklaring uitdrukkelijk gesteld wordt, geldt de boycot enkel instellingen. De samenwerking met individuele professoren of onderzoekers staat als zodanig niet ter discussie, behalve wanneer zij uitdrukkelijk omkaderd is door een Israëlische instelling of de Staat en/of ten dienste staat van de onderdrukking (bv. door ontwikkeling van wapentuig of andere repressiemiddelen). Het feit dat iedere academicus automatisch tot een instelling behoort waardoor hij bezoldigd wordt, vormt geen bezwaar. Valt ook niet onder de boycot: de deelname aan wetenschappelijke netwerken die onder hun partners onder meer ook Israëlische onderzoekers tellen.

We nodigen u graag uit om de BACBI Beginselverklaring te onderschrijven op: bacbi-sign.htm.


Noten:

1. "Palestine and the Israeli Occupation, Issue No. 1: Israeli Practices towards the Palestinian People and the Question of Apartheid", UN-ESCWA (UN Economic and Social Commission for Western Asia), March 15, Beirut 2017 (pdf, 74p.). Het onderzoeksteam werd geleid door de professoren Richard Falk en Virginia Tilley. Onder zware druk, echter, van Israël en de VS heeft Secretaris-Generaal van de VN, Antonio Guterres, de ESCWA verplicht het rapport te verwijderen. Als protest heeft de VN Vice-Secretaris-Generaal en ESCWA Executive Secretary, Mevr. Rima Khalaf, ontslag genomen. Haar ontslagbrief kan gelezen worden op: klik hier! Wij hebben het integrale rapport opgeslagen op de BACBI website: klik hier! De "Executive Summary" kon ook apart gelezen worden maar werd eveneens verwijderd. Zie ook op deze website: klik hier! De Samenvatting is ook online te lezen op de website van Jadaliyya, klik hier!

2. Zie: "Report: Israel kills 26 Palestinian students, arrests 198 in 2016" (MEMo, Feb 28, 2017): klik hier!

3. Daartoe wordt nu graag gebruik gemaakt van de partisane zogenaamde IHRA-definitie van "antisemitisme" (verspreid vanaf 26 mei 2016 door de "International Holocaust Remembrance Alliance") die zulke sofisme mogelijk maakt. Zij is nu overgenomen door de regering van Theresa May. Zie daarover o.m.: "Counsel’s opinion on the IHRA definition" (Free Speech on Israel, March 8, 2017): klik hier!; en Naomi Wimborne Idrissi: "Legal opinion blasts holes in pro-Israel definition of antisemitism" (Free Speech on Israel, March 29, repr. from the NYT): klik hier!

PS Voor verdere vragen omtrent de academische boycot, bezoek aub de FAQs pagina: klik hier! Lees ook: Lawrence DAVIDSON, "Why The Academic Boycott Is Necessary", klik hier!


De BABCI Stuurgroep: Prof. Marie-Christine Closon (UCLouvain), Prof. Patrick Deboosere (VUBrussel), Dr. Pascal Debruyne (UGent), Prof. Lieven De Cauter (KU Leuven), Em.Prof. Herman De Ley (UGent), Lieve Franssen (dirigent Brussels Brecht-Eislerkoor), Carl Gydé (directeur CAMPO), Prof. Perrine Humblet (ULBruxelles), Prof. Marc Jacquemain (ULiège), Raven Ruëll (regisseur).



________________________________


 

Current Affairs

    Voor het archief klik hier!



Site Zoekmachine:

 

 
See Copyrights - Disclaimer - Privacy.
(Free script provided by JavaScript Kit).

Webmaster: email